Aan levenden
haastig haal ik het laatste lover
van het gras, verdorde bla'aren
maken 't groen onrustig door zo
bedaard mij aan te liggen staren
erger echter is hun dwarr'len
't ongerept en haast blijmoedig
rustplaats vinden in mijn vochtig gras
waar, weggeharkt, ze blijven staren
't steekt met doffe vlagen en later jaren
door mijn veel te dunne ziel
van waar, van waaruit toch dat staren?
'k stok bij het harken
en zie: geen wijsheid
evenaart de kracht waarmee het lover viel.


















Vriendschap, een fragment
Vriendschap herinner ik
mij als een reis van
de tastzin naar de reukzin,
van nerveuze vingertoppen
naar een haast feilloze neus.
Denkend aan vriendschap denk ik
dan ook vooral aan een les
in zintuigelijke waarneming.
Ook schiet mij nu de oude belofte
door het hoofd dat vriendschap
altijd het licht zou laten branden,
en voel ik weer de stevige
stappers aan mijn voeten
want zo'n reis onderneemt
men niet op balletschoenen.
Van vriendschap, die een wolk
van warm vlees zou zijn,
resten nu nog steeds de botkruimels
in een zeemleren buideltjeop mijn borst, een amuletdie mij beschermt op de welhaast eindeloze reis
Zodra ik mijn ogen opsla
Zodra ik mijn ogen opsla
is het onzichtbare mij ontglipt
en begin ik te zien wat ik zie:
herinneringen aan wat ik zag
en ooit al zal zien. Door te zien
blijf ik mij herinneren;
en hoop ik dat ik besta.
Vooral als ik naar haar kijk
wanneer zij zo haar hand door
haar haar haalt, haar elleboog
steunend op haar knie, en zij
iets tegen mij zegt.
Ja , jij achter die bos bloemen
ooit zal de winter aanbreken
in een zomers getint decor
zal sneeuw en ijs met zon aan
paarse lavendelbloemen hangen
komt de maan met een rafelrand
de stonde totaal tussen sterren
zaaien en is de bloemenweelde
van jouw ogen opgemaakt in goud
zal ik zoeken in het ijzeren gras
graven tussen beenderen en klei
boetseer je lichaam met stro en
leg je dan in een bed met rozen
zo droom ik mijn ontmoetingen bij
elkaar als de markt me toespreekt
daar waar wij eens samen liepen
en ik je kwijt was achter bloemen
Ik doe niets papa
Ik doe niets papa
Zei die kleine kleuter
En toch was hij steeds weer stout
En toen zei mama
Zingend als een kneuter
Pas maar op jij schattebout
En hopsa hoera
Hij vond het steeds leuter
Wat mama zei liet hem koud
Maar dan het drama
Voor die kleine peuter
Hij kreeg zijn straf in drievoud
Geen Illusies
Ik heb geen verwachtingen voor morgen.
Ik maak me geen illusies om wat komen kan,
maar zie het plezier in het hier en nu,
waar ik jou in echtheid omhels,
en in het momentum versmelt.
Ik heb hoop voor mijn leven,
maar voor liefde bederf ik het niet.
Ik ga voor het pure genot,
wat ik met jou delen wil.
Doch, wat niet komen zal,
kan mij niet deren.
‘s Nachts, in afwachting,
ik kus jou,
liefs en slaap zacht...
dat jouw droom, gewaarwordt mag.